Nieuws

24/03/2020

Nieuwsbrief Vrienden van Pandipieri

Hier vindt u de nieuwsbrief 2020 van De Vrienden van Pandipieri met o.a. een update over het Corona virus in... Lees meer >>

11/03/2020

Kroniek Hans Burgman

Hans, de grondlegger van het Pandipieri project, schrijft maandelijks een brief de zogenaamde kroniek. Klik op Kroniek... Lees meer >>

10/12/2019

OMA project nieuwe folder

Er is een nieuwe folder gemaakt over het OMA project. In het OMA-project krijgt elk oma-gezin een... Lees meer >>


Kalender

10/01/2020

Werkgroep Bergeijk-Kisumu overleg

7 mei 2020 aanvang 20.00 uur 3 september 2020 aanvang 20 uur Lees meer >>


10/03/2020

Vrijwilligersavond

Datum wordt nader bepaald Lees meer >>


Print

Kroniek Hans Burgman

11 maart 2020
Hans, de grondlegger van het Pandipieri project, schrijft maandelijks een brief de zogenaamde kroniek. Klik op Kroniek om naar de site te gaan waar meerdere kronieken te vinden zijn. Of lees direct de brief hieronder.
Kroniek

KroniekHans12

Beste Vrienden,
Sommige mensen vragen mij wat ik nu eigenlijk allemaal doe. Nou, soms preek ik. Als bewijs daarvan stuur ik deze keer de preek die ik hier vorige week gehouden heb. Volgende keer ga ik door met mijn Afrikaanse lessen.
Hans

PREEK 1 MAART 2020
1)Genesis 2:7-9; 3:1-7. 2)Romeinen 5:12-19. 3)Mattheus 4:1-11.
De jaarlijkse Vastentijd laat ons enkele belangrijke vragen overdenken. Zoals: is de ellende in de wereld de straf van een woedende Schepper die door menselijke ongehoorzaamheid is beledigd? Hoe zouden wij dat dan weer in orde moeten krijgen? Moet er een verlosser komen? En is ons vastentrommeltje daarbij nog belangrijk?
In de tijd van Jezus was Palestina verdeeld in geloofsgroepen. Daar was Jeruzalem met de Tempel waarin de Allerhoogste woonde. De elite van het land aldaar wist hoe ze met de Tempeldienst moesten omgaan. Dat hadden ze in Babylon geleerd. De Priesters en de Levieten onderhielden het contact met God, de Schriftgeleerden plozen secuur de wetten uit, en de FarizeeŽn stimuleerden die Tempeldevotie in het hele land. Naast deze elite van Tempeldienaars waren daar mensen van het platteland en meer afgelegen gebieden zoals Galilea, mensen die niet naar Babylon waren geweest en die de ouderwetse devotie van Mozes in ere hielden: een eenvoudige God die tussen zijn kinderen woonde en met hen mee trok. De Tempeldienaars keken met minachting op hen neer, om van de ketterse Samaritanen nog maar te zwijgen. Verder waren daar dan nog de vijandige autoriteiten die het land in hun heidense greep hielden, zoals de Romeinen en Herodes met aanhang. De meeste mensen in die tijd geloofden bovendien dat de wereld binnenkort in een grote catastrofe ten onder zou gaan.
En dan verschijnt daar Johannes de Doper. Hij kondigt de komst van een verlossende koning aan, en roept de mensen op om diens komst voor te bereiden met de aanleg van de weg. Gaat die weg naar de Tempel van Jeruzalem? Nee, die weggaat niet naar Jerusalem; hij gaat naar het hart van de eenvoudige mensen. De zondaren laten zich door hem dopen in de Jordaan, maar de Tempeldienaars kunnen zijn bloed wel drinken. Jezus verschijnt op het toneel en sluit zich aan bij: de zondaars. God roept uit de hemel met donderende stem: "Jij bent mijn zoon! Mensen, luistert naar hem!" Jezus beseft dat hij zelf als Zoon van David de Koninklijke Messias zal moeten zijn.
De grote vraag die Jezus daarna in de woestijn overweegt is nu: hoe moet hij in dit verdeelde land optreden? Moet hij als Messias een nieuwe Mozes zijn voor de gewone luitjes? En wat verwachten die armen van geest van hem? Zal God hem de macht geven om hen op wonderbare wijze te voorzien van eten en drinken zoals Mozes deed? Nee. Bij een gratis broodvermenigvuldiging zouden zij hem acuut tot koning uitroepen en hem zo in dodelijk gevaar brengen. Moet de Messias dan beginnen als Tempeldienaar en bij het heiligdom vanuit een onmogelijke hoogte naar beneden springen? Nee. Zo mag je Gods hand niet dwingen. Moet de Messias het dan op een diplomatiek akkoord gooien met Romeinen en Herodianen en andere machthebbers? Nee nee, zeker niet, want alle regeerders waren schurken, in die tijd. Jezus besloot te beginnen met het publiek van Johannes de Doper, met de boodschap dat God zelf zich in de figuur van de Messias onder de mensen begaf om ze te leren hoe ze met Hem als een goede vader en met elkaar als goede familieleden moesten omgaan. Hij kreeg zo een grote schare trouwe volgelingen. Dat behoedde hem niet voor een rampzalig einde, waarbij God zelf moest ingrijpen door hem uit de dood terug te halen alvorens hij van het aardse toneel verdween.
In de tweede lezing hoorden wij hoe de leerlingen de strijd van Jezus daarna voortzetten. Zij waren er zeker van dat Jezus binnenkort terug zou komen om zijn rijk van eeuwig leven op aarde te vestigen. En daarmee zouden wij dan beter af zijn dan in het oorspronkelijke paradijs van Adam. Maar de leerlingen juichten te vroeg. Jezus had hen duidelijk gemaakt dat de ellende in de wereld te wijten was aan het feit dat de mensen op een liefdeloze manier omgingen met God en met elkaar. De vereiste bekering was nog maar net begonnen. De verdere opbouw van het nieuwe koninkrijk heeft Jezus gelegd in de handen van zijn leerlingen, ja, in onze handen. En daarvoor moeten wij in goede conditie zijn, en voortdurend toegankelijk voor de Geest van God. De jaarlijkse Vastentijd biedt ons een kans om aan die conditietraining te werken.
Daarmee komen wij terug bij het vastentrommeltje. Vandaag is ons vastentrommeltje de ciborie met de stukjes brood en de kelk met wat scheutjes wijn: beelden van onze dagelijkse beslommeringen. Onze harten van steen moeten wij veranderen in brood, en dat gebroken in dit vastentrommeltje aan Christus geven. Hij zal die brokjes veranderen in zijn tegenwoordigheid. Zodoende zal hij ons helpen om het zuurdesem van de Tempeldienaars te vermijden, en om de lokstem van de heidense potentaten te weerstaan. Samen met ons, kleine luiden, wil hij een liefdevolle aarde nieuw opbouwen, en Gods koninkrijk voltooien.
Amen